Ga naar inhoud

IRMA voor ontwikkelaars

Deze pagina is voor ontwikkelaars, IT-beheerders en wie een AI-agent (zoals Claude Code) met IRMA wil laten werken. Je leest wat er vandaag kan, wat eraan komt en waar je begint. Werk je zelf in de app, lees dan IRMA: aan de slag.

  • Een incident aanleveren. Je monitoring, SIEM of servicedesk meldt een incident automatisch in het register Incidenten van IRMA. Een herhaalde melding van hetzelfde probleem wordt geen tweede incident: IRMA telt hem op bij het bestaande. Dit werkt vandaag, met een service-token.
  • Lezen wat er in IRMA staat. Je werkcontext, risico’s met hun bruto- en nettoscore, de wijzigingshistorie van een risico, wat er sinds de import in het risicoregister veranderde, Monte Carlo-simulaties en hun vergelijking, de dekking van een normenkader, de audit-checks met hun volledigheidsscore, eigen registers en het incidentenregister.
  • Een simulatie starten. Een nieuwe Monte Carlo-run met een vaste seed, zodat de uitkomst te herhalen is.
  • Concepten voorstellen (later). Een agent stelt wijzigingen voor als concept; een mens neemt ze over. Zie Concepten, geen directe wijzigingen.

IRMA gaat in deze volgorde open: eerst de chat, dan de API met de CLI, daarna een MCP-server. Alle ingangen gebruiken dezelfde taaklogica in IRMA, dus dezelfde antwoorden en dezelfde rechten.

IngangVoor wieStatus
De IRMA-assistent in de chatIedereen met IRMA, in de Prudai-webapp.Beschikbaar. Zie De persona’s.
De /v1-API (taaklaag)Ontwikkelaars en agents die zelf code schrijven.Beschikbaar, met het token van een ingelogde gebruiker; scopes voor service-tokens komen eraan.
De irma-CLIScripts, cron en coding agents.Beschikbaar; een openbaar installatiepakket komt nog.
Een MCP-serverAI-clients die MCP spreken (Claude, Cursor en vergelijkbare).Later.

Los daarvan staat het machinevlak /agent/v1: de ingang voor systemen die incidenten aanleveren. Die is er al en blijft bestaan.

  1. Snelstart: een service-token aanmaken, controleren en je eerste incident aanleveren.
  2. Begrippen: organisatie en leesscope, de vaste antwoordvorm (de envelop), rechten en scopes, en wat er van een agent wordt vastgelegd.
  3. Recepten: SIEM of servicedesk koppelen, twee simulaties vergelijken, wijzigingen sinds de import, een agent die een audit voorbereidt.
  4. API-referentie (alleen voor Prudai-medewerkers, inloggen vereist): elk endpoint van /v1, met voorbeelden.
  5. CLI-referentie: alle commando’s van de irma-CLI.
  6. Agents: de skill voor Claude Code, llms.txt, Markdown-versies van deze pagina’s, en de MCP-server die later komt.
  • Je organisatie, je rechten. Een sleutel of agent ziet nooit meer dan de rol en de leesscope in IRMA toelaten. Een geweigerde actie is het ontwerp, geen fout.
  • Eerlijke antwoorden. Elk antwoord van de /v1-API zegt hoe volledig het is, wat er niet in zit en waar de cijfers vandaan komen. Zie De envelop.
  • Alleen erbij, niets weg. /v1 verandert alleen nog door toevoegingen: nieuwe velden en endpoints, nooit een veld dat verdwijnt of van betekenis verandert. Elke wijziging komt in een changelog.
  • Agents schrijven concepten, met één uitzondering: het aanleveren van incidenten.

De IRMA API-referentie (alleen voor Prudai-medewerkers, inloggen vereist) beschrijft elk endpoint van /v1 met zijn parameters, velden, foutcodes en voorbeelden in curl en de irma-CLI. De rest van de IRMA-API is intern en wordt niet gepubliceerd. Zie ook API & integraties.